Antwerpen, 10 september 2026
In oktober 2025 bespraken we al enkele opvallende voorstellen uit het eindrapport van de Gemengde Commissie Vergunningen, met heel wat aanbevelingen om vergunningsprocedures sneller en rechtszekerder te maken.
Lees hier onze eerdere bijdrage over het eindrapport.
De aanbevelingen werden eerst vertaald in het Actieprogramma inzake rechtszekere en robuuste vergunningen (hierna: Actieprogramma) en krijgen nu hun weerslag in concrete ontwerpregelgeving.
Op 29 mei 2026 keurde de Vlaamse Regering een eerste voorontwerp van decreet goed; op 17 juli 2026 volgde de tweede principiële goedkeuring. Daarin wordt de toekomstige modulaire omgevingsvergunningsprocedure op verschillende punten aangepast.
Diezelfde dag keurde de Vlaamse Regering ook een tweede voorontwerp van decreet goed. Dat bundelt een volgende reeks maatregelen uit het Actieprogramma en wijzigt daarnaast het Gemeentewegendecreet.
Definitief zijn beide teksten nog niet. Over het eerste wordt het advies van de Raad van State ingewonnen, over het tweede loopt nog een adviesronde. Zo bracht de Mobiliteitsraad van Vlaanderen op 4 september 2026 een vrij kritisch advies uit over vooral de wijzigingen aan het Gemeentewegendecreet.
Hieronder lichten we de belangrijkste voorstellen uit.
1.Eerste voorontwerp: verdere aanpassing van de modulaire vergunningsprocedure
Met het decreet van 17 mei 2024 werd een modulaire omgevingsvergunningsprocedure voorzien. Daarin verdwijnt het onderscheid tussen de gewone en de vereenvoudigde procedure en wordt de vergunningsprocedure opgebouwd uit “modules”, afhankelijk van wat voor een concrete aanvraag nodig is.
Nog vóór die procedure in werking treedt, wordt ze op een aantal punten aangepast en worden verschillende voorstellen uit het Actieprogramma meteen verwerkt.
Meer ruimte voor overleg, ook vóór de aanvraag
Het Actieprogramma zet sterk in op overleg tussen vergunningsaanvragers, overheden en adviesinstanties. De praktijk van voorafgaand overleg is uiteraard niet nieuw, maar er wordt nu een uitdrukkelijk recht op vooroverleg in de regelgeving opgenomen. Een vergunningsaanvrager zal op eenvoudig verzoek een overleg met de bevoegde overheid kunnen vragen. Hoe dat overleg verloopt en in welke mate adviesinstanties daarbij betrokken worden, moet nog worden uitgewerkt.
Ook tijdens de behandeling van de aanvraag komt er meer ruimte voor overleg, zodat problemen tijdig worden besproken in plaats van pas bij de vergunningsbeslissing of in beroep op te duiken.
De “pauzeknop”
In dezelfde lijn ligt de zogenaamde pauzeknop. De vergunningsaanvrager zal onder welbepaalde voorwaarden kunnen vragen om de beslissingstermijn tijdelijk te verlengen. Dat kan nuttig zijn wanneer bijkomend overleg nodig blijkt, wanneer de aanvrager informatie wil verzamelen of wanneer de aanvraag nog moet worden bijgestuurd.
Adviezen uitdrukkelijk niet bindend
Het voorontwerp bepaalt verder dat adviezen niet langer bindend zullen zijn. Volgens de memorie van toelichting is dat vandaag in beginsel al zo, maar zorgen vooral de artikelen 4.3.3 en 4.3.4 VCRO voor verwarring, waardoor aan bepaalde sectorale adviezen in de praktijk soms een bijna bindend karakter wordt gegeven.
Het is uiteindelijk de vergunningverlenende overheid die beoordeelt of een aanvraag wettig en wenselijk is. Zij moet rekening houden met de ingewonnen adviezen, maar hoeft die niet zonder meer te volgen. Een afwijking vergt wel een grondige(re) motivering.
In principe één openbaar onderzoek
Het uitgangspunt wordt dat in eerste administratieve aanleg één openbaar onderzoek over de aanvraag wordt georganiseerd. Zo wordt vermeden dat eenzelfde project door wijzigingen tijdens de procedure telkens opnieuw aan een openbaar onderzoek moet worden onderworpen.
Een nieuw openbaar onderzoek in administratief beroep blijft mogelijk, bijvoorbeeld wanneer de aanvraag in beroep zo wordt gewijzigd dat voor het eerst een openbaar onderzoek vereist is, of wanneer het onderzoek in eerste aanleg niet correct verliep.
De herzieningsprocedure: eerst terug naar de vergunningverlenende overheid
Een van de opvallendste wijzigingen is de nieuwe herzieningsprocedure. Wie een beslissing in laatste administratieve aanleg wil betwisten, zal eerst een verzoek tot herziening moeten indienen. Zo krijgt de vergunningverlenende overheid nog één keer de kans om de aangevoerde wettigheidsbezwaren zelf te bekijken en haar beslissing eventueel aan te passen, vóór het dossier bij de Raad voor Vergunningsbetwistingen (hierna: ‘RvVb’) terechtkomt. Daaraan wordt een belangrijke stel- en attentieplicht gekoppeld: wie later naar de RvVb wil stappen, zal zijn wettigheidskritieken in beginsel al in dat verzoek moeten opnemen.
Het voorontwerp trekt die regel vrij ver door. Wie geen verzoek tot herziening indient, zal in principe geen beroep bij de Raad kunnen instellen. Wie wel een verzoek indient, kan voor de Raad in beginsel alleen de kritieken aanvoeren die al in dat verzoek stonden. Een uitzondering geldt onder meer voor nieuwe onwettigheden die voortvloeien uit wijzigingen die pas in de herzieningsbeslissing worden aangebracht. Het is nog maar de vraag of dit de toets door het Grondwettelijk Hof doorstaat.
Ook de beroepsprocedure over de “zaak der wegen” verandert
De huidige regeling zorgt in de praktijk geregeld voor vertraging en complexe procedures. Vandaag kan tegen een gemeenteraadsbeslissing over de zaak der wegen binnen een vergunningsprocedure een georganiseerd administratief beroep bij de Vlaamse Regering worden ingesteld.
Dat beroep verdwijnt. In de geïntegreerde procedure, wanneer de gemeenteraadsbeslissing over de gemeenteweg deel uitmaakt van een omgevingsvergunningsaanvraag, wordt het vervangen door een heroverweging door de gemeenteraad zelf.
De heroverwegingsregeling geldt alleen binnen de geïntegreerde procedure. Voor een gemeenteraadsbeslissing die volgens de autonome procedure van het Gemeentewegendecreet wordt genomen, komt er geen vergelijkbare heroverweging. Tegen deze beslissingen staat een jurisdictioneel beroep bij de Raad van State open.
2.Tweede voorontwerp: verkavelingen en gemeentewegen
Het tweede voorontwerp geeft uitvoering aan een volgende reeks maatregelen uit het Actieprogramma en bevat heel wat wijzigingen. Wij lichten er twee onderwerpen uit: de verkavelingsvergunningsplicht en de gemeentewegen.
Minder gevallen waarin een verkavelingsvergunning verplicht is
De verkavelingsvergunning verdwijnt niet, maar er wordt duidelijker omschreven wanneer ze nog verplicht is. Volgens het voorontwerp geldt de vergunningsplicht in essentie voor de overdracht van onbebouwde, op zichzelf staande en bouwrijpe kavels voor zelfstandige woningbouw. Niet iedere verdeling of afsplitsing valt daar dus onder. Wie bv. een klein stuk grond afsplitst om aan een tuinzone toe te voegen, heeft geen verkavelingsvergunning nodig, omdat dat stuk op zichzelf geen bouwkavel vormt.
Daarnaast wordt de verkavelingsvergunning in drie specifieke gevallen vervangen door een verkavelingsrecht. De verkavelingsvergunning is dan niet langer verplicht, maar kan nog vrijwillig worden aangevraagd. Het gaat om (1) verkoop op plan en (2) éénlotsverkavelingen, telkens wanneer al een definitieve en uitvoerbare omgevingsvergunning voor stedenbouwkundige handelingen voorligt of dit onder opschortende voorwaarde is bedongen, en (3) wanneer een gemeentelijk RUP de verkavelingsvergunningsplicht voor woongebieden al heeft afgeschaft.
Ook bestaande verkavelingsvoorschriften blijven niet buiten schot. Vandaag kunnen verkavelingsvoorschriften ouder dan vijftien jaar niet zonder meer als weigeringsgrond worden gebruikt. Het nieuwe voorontwerp gaat een stap verder: zowel de verkavelingsvoorschriften als het verkavelingsplan zouden na vijftien jaar in beginsel van rechtswege hun verordenend karakter verliezen.
Wijzigingen Gemeentewegendecreet
Een eerste praktische wijziging betreft de rooilijnplannen. Wanneer een wijziging van een gemeenteweg deel uitmaakt van een omgevingsvergunningsaanvraag, zal niet langer noodzakelijk een afzonderlijk rooilijnplan moeten worden opgesteld. De gemeenteraad kan zich dan uitspreken op basis van het bouwplan of verkavelingsplan, waarop de bestaande en toekomstige weggrenzen duidelijk worden aangeduid.
Ook de beroepsmogelijkheden wijzigen. Bij de geïntegreerde procedure volgt eerst de hierboven besproken heroverweging; daarna wordt de RvVb bevoegd om de gemeenteraadsbeslissing samen met de omgevingsvergunning te beoordelen. Bij de autonome procedure is geen heroverweging voorzien en blijft de Raad van State bevoegd.
Nog geen definitieve regels
De richting waarin de Vlaamse Regering wil gaan, wordt stilaan concreter. Voorstellen die we vorig jaar nog bespraken als aanbevelingen van de Gemengde Commissie Vergunningen, vinden nu hun weg naar ontwerpregelgeving. Het is evenwel nog afwachten welke voorstellen uiteindelijk – en in welke vorm – in de definitieve decreten terechtkomen. Het eerste voorontwerp moet nog langs de Raad van State en over het tweede voorontwerp loopt de adviesronde nog.