Vlaamse steunmaatregelen voor ondernemingen die verplicht moeten sluiten tijdens de corona crisis

Besluit van de Vlaamse Regering tot toekenning van steun aan ondernemingen die verplicht moeten sluiten ten gevolge van de maatregelen genomen door de Nationale Veiligheidsraad vanaf 12 maart 2020 inzake het coronavirus

Rechtsgrond

Dit besluit is gebaseerd op:
– het decreet van 16 maart 2012 betreffende het economisch ondersteuningsbeleid, artikel 35.

Vormvereisten

De volgende vormvereisten zijn vervuld:
– De Vlaamse minister, bevoegd voor de begroting, heeft zijn akkoord verleend op 20 maart 2020;
– Er is geen advies gevraagd aan de Raad van State, met toepassing van artikel 3, §1, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973. Er is een dringende noodzakelijkheid omdat de gevolgen van de federale corona- maatregelen genomen door de Nationale Veiligheidsraad vanaf 12 maart 2020 zo snel mogelijk moeten worden ingeperkt en de ondernemingen die verplicht moeten sluiten van de mogelijke falingen door zware inkomensverliezen worden gevrijwaard.

Motivering

Dit besluit is gebaseerd op het volgende motief:
– De Vlaamse ondernemingen worden geconfronteerd met een verplichte sluiting van hun zaak wegens de federale coronamaatregelen zoals beslist door de Nationale Veiligheidsraad vanaf donderdag 12 maart 2020. De Vlaamse minister, bevoegd voor de economie, wenst de ondernemingen die een vestiging in Vlaanderen hebben en verplicht gesloten zijn ingevolge de coronamaatregelen financieel te ondersteunen door het toekennen van een forfaitaire subsidie en een sluitingspremie.

Juridisch kader

Dit besluit sluit aan bij de volgende regelgeving:
– verordening (EU) nr. 1407/2013 van de Commissie van 18 december 2013 betreffende de toepassing van de artikelen 107 en 108 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie op de-minimissteun.

Initiatiefnemer

Dit besluit wordt voorgesteld door de Vlaamse minister van Economie, Innovatie, Werk, Sociale economie en Landbouw.

Na beraadslaging,

DE VLAAMSE REGERING BESLUIT:

Artikel 1. In dit besluit wordt verstaan onder:

1°  Agentschap Innoveren en Ondernemen: het agentschap, opgericht bij het besluit van de Vlaamse Regering van 7 oktober 2005 aangaande het Agentschap Innoveren en Ondernemen;

2°  coronavirusmaatregelen: de maatregelen van de Nationale Veiligheidsraad genomen vanaf 12 maart 2020 inzake het coronavirus en de daaruit voortvloeiende maatregelen van de bevoegde autoriteiten inzake burgerlijke veiligheid waardoor een ruimte waar prestaties geleverd worden aan het publiek moet gesloten worden;

3°  decreet van 16 maart 2012: het decreet van 16 maart 2012 betreffende het economisch ondersteuningsbeleid;

4°  onderneming: de natuurlijke persoon die zelfstandig een beroepsactiviteit uitoefent in hoofdberoep, de vennootschap met rechtspersoonlijkheid van privaat recht, de buitenlandse onderneming met een vergelijkbaar statuut en de vereniging met een economische activiteit.

De vennootschap met rechtspersoonlijkheid van privaat recht en de buitenlandse onderneming met een vergelijkbaar statuut moeten minstens één werkende vennoot of één bij de Rijksdienst voor de Sociale Zekerheid ingeschreven voltijdse werknemer tewerkstellen.
De vereniging met een economische activiteit moet minstens één bij de Rijksdienst voor de Sociale Zekerheid ingeschreven voltijdse werknemer tewerkstellen.
De onderneming beschikt over een actieve exploitatiezetel in het Vlaamse Gewest overeenkomstig de Kruispuntbank van Ondernemingen.
Met een zelfstandige in hoofdberoep wordt gelijkgesteld de zelfstandige in bijberoep die gelet op zijn beroepsinkomen de bijdragen zoals een zelfstandige in hoofdberoep moet betalen.

Art. 2. De crisis inzake het coronavirus wordt door de Vlaamse Regering erkend als een crisis als vermeld in artikel 35 van het decreet van 16 maart 2012.

Art. 3. Deze regelgeving valt onder de toepassing van de verordening (EU) nr. 1407/2013 van de Commissie van 18 december 2013 betreffende de toepassing van de artikelen 107 en 108 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie op de-minimissteun (Publicatieblad van 24 december 2013, L 352, blz. 1-8), en de latere wijzigingen ervan.

Art. 4. Een forfaitaire subsidie van 4000 euro wordt toegekend aan ondernemingen die alle dagen verplicht gesloten zijn ten gevolge van de coronavirusmaatregelen, en waarbij hun locatie gesloten is.

Voor ondernemingen actief in de horecasector is het voldoende dat de gelagzaal verplicht is gesloten.

De forfaitaire subsidie wordt ook toegekend aan ambulante handelaars en foorkramers die geconfronteerd worden met een door de coronavirusmaatregelen gesloten reguliere openbare markt of openbare kermis in het Vlaamse Gewest waarop zij normaal aanwezig zijn.

Art. 5. Een forfaitaire subsidie van 2000 euro wordt toegekend aan ondernemingen die in het weekend verplicht gesloten zijn en waarbij hun locatie gesloten is.

Art. 6. Een bijkomende sluitingspremie wordt toegekend aan ondernemingen die vanaf 6 april alle dagen of in het weekend verplicht gesloten zijn ten gevolge van de coronavirusmaatregelen, en waarbij hun locatie gesloten is.

De bijkomende sluitingspremie bedraagt 160 euro per verplichte sluitingsdag die samenvalt met een normale openingsdag. Hierbij gelden de openingsdagen die gangbaar waren de dag voor de inwerkingtreding van dit besluit.

De bijkomende sluitingspremie wordt maximaal tot de buitenwerkingtreding van dit besluit, vermeld in artikel 12, toegekend.

Art. 7. De forfaitaire subsidie, vermeld in artikel 4, eerste lid, en de bijkomende sluitingspremie voor de ondernemingen, vermeld in artikel 4, eerste lid, wordt verhoogd als de onderneming beschikt over één of meer bijkomende exploitatiezetels, die gesloten zijn ten gevolge van de coronavirusmaatregelen en waar minstens één bij de Rijksdienst voor de Sociale Zekerheid ingeschreven voltijdse werknemer is tewerkgesteld. Dat betekent dat de verhoging wordt berekend door de forfaitaire subsidie en bijkomende sluitingspremie te vermenigvuldigen met de voormelde bijkomende exploitatiezetels. De verhoging is beperkt tot maximaal vier bijkomende exploitatiezetels.

Art. 8. De forfaitaire subsidie, de bijkomende sluitingspremie en de verhoging, vermeld in artikel 7, wordt per onderneming toegekend en kan maximaal voor één ondernemingsnummer op eenzelfde locatie worden toegekend.

Art. 9. De onderneming dient een subsidieaanvraag in via de website van het Agentschap Innoveren en Ondernemen, VLAIO genoemd, en vermeldt daarbij haar KBO-nummer. De subsidieaanvraag moet binnen de dertig kalenderdagen na de verplichte sluitingsperiode ten gevolge van de coronavirusmaatregelen worden ingediend. De subsidieaanvraag wordt elektronisch afgehandeld.

Het Agentschap Innoveren en Ondernemen onderzoekt de naleving van de voorwaarden die zijn opgelegd bij dit besluit en beslist of de subsidie toegekend wordt.

De onderneming ontvangt een schriftelijke kennisgeving van de beslissing, vermeld in het tweede lid.

Als het Agentschap Innoveren en Ondernemen beslist dat de subsidie wordt toegekend, wordt ze uitbetaald.

De subsidie wordt alleen uitbetaald op een Belgisch rekeningnummer op naam van de begunstigde onderneming.

Art. 10. De Vlaamse minister, bevoegd voor de economie, kan bijkomende modaliteiten en preciseringen bepalen.

Art. 11. Het besluit van de Vlaamse Regering van 15 maart 2020 tot toekenning van steun aan ondernemingen die verplicht moeten sluiten ten gevolge van de maatregelen van de Nationale Veiligheidsraad van 12 maart 2020 inzake het coronavirus wordt opgeheven.

Art. 12. Dit besluit treedt in werking op 14 maart 2020 en treedt buiten werking op 13 juni 2020.

De Vlaamse minister, bevoegd voor de economie, kan de datum van buitenwerkingtreding, vermeld in het eerste lid, aanpassen.

Art. 13. De Vlaamse minister, bevoegd voor de economie, is belast met de uitvoering van dit besluit.

Brussel,

De minister-president van de Vlaamse Regering,

Jan JAMBON

De Vlaamse minister van Economie, Innovatie, Werk, Sociale economie en Landbouw,

Hilde CREVITS

2020-03-23T14:52:51+00:00