Op 11 september 2026 werd het voorontwerp van het Beleidsplan Ruimte Vlaanderen (hierna: ‘BRV’) aan de Vlaamse Regering meegedeeld.
Het BRV moet het Ruimtelijk Structuurplan Vlaanderen opvolgen, dat al dateert van 1997. Sindsdien is er veel veranderd en staat Vlaanderen voor nieuwe uitdagingen.
Het nieuwe beleidsplan wil op deze uitdagingen inspelen en richting geven aan het ruimtelijk beleid in Vlaanderen voor de komende decennia. Het bevat enerzijds een strategische visie voor de lange termijn en anderzijds zes beleidskaders over:
- Biodiversiteit
- Economie
- Energie en klimaattransitie
- Land- en tuinbouw
- Water
- Wonen
Met het voorontwerp is een nieuwe stap gezet in de opmaak van het BRV, maar het plan is vandaag nog niet definitief. Het wordt nu voor advies voorgelegd aan de provincies, gemeenten en Vlaamse strategische adviesraden. Op basis van hun opmerkingen wordt vervolgens een ontwerp opgemaakt en volgt een openbaar onderzoek waarbij ook het ruime publiek de mogelijkheid krijgt om te reageren.
Wat staat er voorlopig in het plan? We zetten de belangrijkste keuzes op een rij.
Bestaande ruimte beter gebruiken
Vlaanderen wil nieuwe woningen, werkplekken en voorzieningen zoveel mogelijk een plaats geven in gebieden die vandaag al bebouwd zijn. Leegstaande gebouwen kunnen een nieuwe invulling krijgen en terreinen die weinig worden gebruikt, kunnen beter worden benut. Verschillende functies kunnen ook vaker op één plek worden gecombineerd, bijvoorbeeld wonen boven een winkel.
Zo hoeft niet voor elke nieuwe behoefte open ruimte te verdwijnen. Tegelijk wil Vlaanderen bebouwde plekken aangenamer maken, met meer groen, minder verharding en meer ruimte voor regenwater. De doelstelling blijft om tegen 2040 geen netto bijkomende ruimte meer in te nemen. Nieuwe open ruimte innemen blijft mogelijk als er een aantoonbare behoefte is en geen geschikt alternatief bestaat binnen de al ingenomen ruimte.
Bijkomende woningen vooral in steden en dorpskernen
Volgens het voorontwerp zijn tegen 2050 ongeveer 450.000 extra woningen nodig. Vlaanderen wil die vooral realiseren in goed bereikbare steden en dorpskernen, dicht bij winkels, scholen en andere voorzieningen.
Dat kan door bestaande gebouwen te renoveren of te herontwikkelen, lege plekken in te vullen en op geschikte locaties meer woningen te bouwen. Ook het woningaanbod moet beter aansluiten bij de vraag, met meer betaalbare en kleinere woningen, zorgwoningen en woningen waarin mensen ook op latere leeftijd comfortabel kunnen blijven wonen.
Bedrijven op een geschikte plek
Ook bedrijven moeten de beschikbare ruimte beter benutten, bijvoorbeeld door leegstaande bedrijfsgebouwen opnieuw te gebruiken of voorzieningen op bedrijventerreinen te delen.
Winkels, kantoren en andere activiteiten die goed samengaan met wonen, kunnen vaker een plaats krijgen in steden en dorpskernen. Bedrijven die veel hinder veroorzaken of vrachtverkeer aantrekken, blijven aangewezen op geschikte, goed ontsloten bedrijventerreinen.
Water en bodem bepalen mee waar gebouwd kan worden
Bij de keuze van nieuwe bouwlocaties wil Vlaanderen sterker rekening houden met water en bodem. In gebieden met een groot overstromingsrisico ligt bouwen minder voor de hand. Ook de beschikbaarheid van water kan mee bepalen waar activiteiten een plaats krijgen.
Daarnaast wil Vlaanderen regenwater meer ter plaatse vasthouden. Minder verharding, meer groen en ruimte voor infiltratie moeten steden en dorpen beter bestand maken tegen hevige regen en droogte.
Ruimte voor energie, natuur en landbouw
Voor energieprojecten wil Vlaanderen eerst kijken naar plekken die al worden gebruikt, zoals daken, bedrijventerreinen en zones langs infrastructuur. Projecten in de open ruimte vragen een afweging die rekening houdt met de omgeving.
Natuurgebieden en bossen moeten groter worden en beter met elkaar verbonden zijn. Ook in steden en dorpen moet meer plaats komen voor groen en water.
Landbouw blijft de belangrijkste functie van het agrarisch gebied. Vlaanderen wil grote landbouwgebieden beschermen en vermijden dat landbouwgrond steeds vaker een andere invulling krijgt. Wanneer een landbouwbedrijf stopt, gaat de voorkeur uit naar een nieuwe landbouwinvulling van de site.
Nog geen definitieve en geen bindende regels
Het BRV wijzigt op zichzelf geen bestemmingen en bepaalt niet rechtstreeks wat op een concreet perceel mag worden gebouwd. De onderdelen van een ruimtelijk beleidsplan hebben immers geen verordenende kracht. Om de doelstellingen op het terrein te realiseren, zullen zij verder moeten worden vertaald in onder meer regelgeving, ruimtelijke uitvoeringsplannen en concrete beleidsbeslissingen.
Meer informatie en de tekst van het voorontwerp zijn terug te vinden op de website van het Departement Omgeving.