Codextrein bereikt nieuwe halte inzake de herziening of opheffing van plannen van aanleg of (gemeentelijke) ruimtelijke uitvoeringsplannen

In het Belgisch Staatsblad van 25 februari 2019 verscheen het Besluit van de Vlaamse Regering van 11 januari 2019 inzake de herziening of de opheffing van stedenbouwkundige voorschriften van algemene en bijzondere plannen van aanleg en gemeentelijke ruimtelijke uitvoeringsplannen. De grondslag van dit besluit zit vervat in artikel 7.4.4/1 van de Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening (VCRO) en werd ingevoerd met de ondertussen alom gekende Codextrein (Decreet van 8 december 2017 houdende wijziging van diverse bepalingen inzake ruimtelijke ordening, milieu en omgeving). Het Besluit van de Vlaamse Regering van 11 januari 2019 voorziet enerzijds in de instanties die voor advies worden geconsulteerd en anderzijds de modaliteiten voor het openbaar onderzoek dat naar aanleiding van de herziening of de opheffing wordt georganiseerd.

Artikel 7.4.4/1 VCRO regelt de procedure die gemeentes moeten volgen wanneer zij de stedenbouwkundige voorschriften van een algemeen of bijzonder plan van aanleg (APA resp. BPA) of een gemeentelijk ruimtelijk uitvoeringsplan (RUP) willen herzien of opheffen. Zulke herziening of opheffing wordt genomen op initiatief van het college van burgemeester en schepenen en na advies van de gemeentelijke stedenbouwkundige of omgevingsambtenaar.

Een herziening of opheffing van stedenbouwkundige voorschriften van algemene of bijzondere planning van aanleg is mogelijk voor (1) de perceelsafmetingen, (2) de afmetingen en de inplanting van constructies, (3) de dakvorm en de gebruikte materialen, (4) de maximaal mogelijke vloerterreinindex, (5) het aantal bouwlagen, (6) de voortuinstroken, de tuinzones, de binnenplaatsen, de afsluitingen, de buitenaanleg, de bouwvrije stroken en de bufferstroken, (7) het aantal toegelaten woongelegenheden of bedrijfseenheden per kavel, (8) de toegelaten functies en (9) de parkeergelegenheden. Een herziening of opheffing kan evenwel niet tot gevolg hebben dat wordt afgeweken van stedenbouwkundige voorschriften van het gewestplan of van stedenbouwkundige voorschriften die afwijken van de stedenbouwkundige voorschriften van het gewestplan. Hiermee wordt een duidelijke parallel getrokken met de mogelijkheid van vergunningsaanvragers om af te wijken van stedenbouwkundige voorschriften van bijzondere plannen van aanleg die ouder zijn dan vijftien jaar. Deze laatste afwijkingsmogelijkheid werd eveneens ingevoerd door de Codextrein en werd ingeschreven onder artikel 4.4.9/1 VCRO.

Zowel de afwijkingsmogelijkheid van artikel 4.4.9/1 VCRO als de herzienings- of opheffingsmogelijkheid van artikel 7.4.4/1 VCRO kaderen binnen de bedoeling van de Vlaamse overheid om een ruimtelijk rendabele ontwikkeling te faciliteren. In het kader hiervan zijn oude plannen vaak een hindernis waardoor een project kan teloorgaan, nu overeenkomstig artikel 4.3.1 VCRO een vergunning moet worden geweigerd als een project niet in overeenstemming is met de geldende stedenbouwkundige voorschriften en artikel 4.4.1 VCRO het uitdrukkelijk verbiedt om af te wijken van voorschriften met betrekking tot bestemming, vloerterreinindex en aantal bouwlagen. Afwijkingen overeenkomstig artikel 4.4.1 VCRO moeten daarenboven beperkt zijn.

Zo komt het vaak voor bij bijzondere plannen van aanleg dat bijvoorbeeld een woongebied uit het gewestplan verder wordt onderworpen aan bepaalde voorschriften, bijvoorbeeld waarbij de woningen slechts eengezinswoningen mogen zijn, waarbij de woning maximaal 2 bouwlagen mag tellen en dit in een rode gevelsteen en onder een schuin dak. Dit beperkt de ontwikkelingsmogelijkheden van zulke zones aanzienlijk. Artikel 4.4.9/1 en 7.4.4/1 VCRO maken het nu mogelijk om stedenbouwkundige voorschriften van oude of verouderde plannen te herzien/op te heffen of ervan af te wijken al naargelang het geval dit initiatief wordt genomen door de gemeente resp. de vergunningsaanvrager. Zo zal voortaan binnen de hiervoor beschreven zone, een appartementsgebouw ter plaatse mogelijk kunnen worden, voor zover dit ook door de gemeente vergund zou worden.

Belangrijk is evenwel het onderscheid tussen beide artikelen. Artikel 4.4.9/1 VCRO voorziet namelijk de mogelijkheid om voor 1 vergunning een afwijking aan te vragen van de stedenbouwkundige voorschriften van een BPA dat ouder is dan vijftien jaar. Artikel 7.4.4/1 VCRO voorziet daarentegen de mogelijkheid voor de gemeente om de stedenbouwkundige voorschriften van een APA, BPA of RUP in haar algemeenheid te herzien of op te heffen, zonder een voorwaarde te stellen over de leeftijd van het betrokken plan.

Vanaf de inwerkingtreding van het Besluit (7 maart 2019) zullen de gemeentes dus van start kunnen gaan met de herziening of opheffing van stedenbouwkundige voorschriften die een ruimtelijk rendabele ontwikkeling momenteel in de weg staan.

Voor meer informatie kan u terecht bij Equator Advocaten.

2019-02-25T13:47:45+00:00